"Altijd goed als er iemand kritisch over je schouder meekijkt"

Dat zegt Jane Groenendijk, de manager van Prove2Move, over het feit dat alle examenleveranciers gecertificeerd moeten zijn vanaf het volgende schooljaar. “Voorheen beoordeelde de Inspectie onze examens. Nu komt er een certificerende instantie die niet alleen naar de examenproducten kijkt, maar ook naar de manier waarop wij ze maken. Waarschijnlijk ziet die dingen die wij niet meer zien of die voor ons zo vanzelfsprekend zijn dat we soms vergeten ze toe te lichten. Aan de andere kant is die certificering belangrijk voor de onderwijsinstellingen en voor de ruim 37.000 studenten die onze examens moeten afleggen. Zij kunnen erop vertrouwen dat de examens tot stand komen in een proces dat kwalitatief aan de maat is.”

Vragen

“Toch komen er heel wat vragen los als we met potentiële gebruikers van onze examens in gesprek gaan op een implementatiebijeenkomst. Wat betekenen die icoontjes op het beoordelingsformulier? Hoe zit het met de cesuur voldoende, onvoldoende en goed die jullie hebben aangebracht? Waarom is er de ene keer gekozen voor een criteriumgericht interview en waarom kiezen jullie de andere keer voor een praktijkopdracht als bewijs? Daarom raden wij alle gebruikers aan een implementatiebijeenkomst te organiseren. Want de nieuwe examens hebben uitleg en toelichting nodig. Er komen bijvoorbeeld andere toets- en beoordelingsvormen aan de orde. Die zijn nieuw, zelfs voor scholen die al jaren met onze examens werken. Zij moeten het proces van de examinering zo inrichten, dat het aansluit op de examenopdrachten in de ‘nieuwe’ kwalificatiedossiers. Ook dat roept vragen op. Hoe moeten wij de beoordelingsformulieren invullen? Hoe houden we het begeleiden gescheiden van het examineren? En in welke volgorde kunnen we het beste examineren?”

Onduidelijkheid

“Er is nog weleens onduidelijkheid over de rol van de examenleverancier. Bij de ontwikkeling van onze examens gaan we er bijvoorbeeld van uit dat de examenopdracht het werk volgt. Het gaat om de praktijk waarvan het werkveld zegt: dit is het werk van de beginnend beroepsbeoefenaar. Daaruit volgt onze clustering van werkprocessen. Wij vinden dat de onderwijsinstellingen hun onderwijs met onze examens moeten kunnen inrichten zoals zij dat willen. Daar zit best spanning op. Onderwijsinstellingen willen vaak van ons weten: Hoeveel beoordelaars moeten we inzetten? Wanneer gaan we examineren en wie zetten we in als beoordelaar? Wij kunnen wel suggesties geven voor het omgaan met dit soort vraagstukken, maar we gaan er niet over. Dat is en blijft de verantwoordelijkheid van de onderwijsinstelling.”

Verantwoording

“Met de komst van de nieuwe kwalificatiedossiers is het aantal onderwijsinstellingen dat onze exameninstrumenten gebruikt bijna verdubbeld. En er zijn nog steeds scholen die zich op onze examens oriënteren. Dat is mooi, maar de vragen, die opkomen bij de presentatie van onze examenopdrachten, stemmen ons ook tot nadenken. Leggen we wel voldoende verantwoording af over de keuzes die wij hebben gemaakt bij de opbouw van onze examenproducten? En de belangrijkste vraag: hoe zorgen we ervoor dat ons valide exameninstrument ook valide wordt ingezet?”

Terug naar overzicht