Alike Schipper, de nieuwe projectleider bij deKennistoetsenbank: "Ik heb me lang afgezet tegen toetsen."

“Dat zit zo. Ik werkte vaak met BBL’ers, die in een gesprek prima konden uitleggen waar het om ging als ze een vraag kregen. Maar die liepen stuk als ze getoetst werden. Door gebrekkig Nederlands bijvoorbeeld of problemen met lezen en schrijven. Ik vond dat niet fijn.” Aan het woord is Alike Schipper, de nieuwe projectleider bij deKennistoetsenbank.

Nu begeleid je de toetsontwikkelaars, hoe rijm je dat?
“Toen het ontwikkelingsgericht toetsen in beeld kwam veranderde mijn houding. En toen ik zo’n drie jaar geleden zag hoe deKennistoetsenbank begon met het maken van formatieve toetsen, ja toen heb ik me snel aangemeld als toetsontwikkelaar. De stap van toetsontwikkelaar naar projectleider verliep heel natuurlijk. De toetsontwikkelaars met wie ik werk weten inmiddels precies wat wel en wat niet werkt. Die hoef ik niet uit te leggen wat een goede toetsvraag is.”

Waar ben je nu vooral mee bezig?
“Ik ben aan het kijken of we sets van toetsvragen kunnen samenstellen waarmee studenten zich kunnen voorbereiden op hun examen. Daarmee nemen we docenten natuurlijk werk uit handen en daar komt de vraag ook vandaan. Maar ik vind het belangrijker dat die sets meerwaarde hebben voor de studenten. Als zij zo’n setje van toetsvragen goed hebben gemaakt moeten ze erop kunnen vertrouwen dat ze wat betreft de theorie goed voorbereid zijn op het examen.
Ik onderzoek nu met docenten en onderwijskundigen hoe we zulke setjes het beste kunnen samenstellen. Wat daar uitkomt is nog onzeker, maar de kern van deKennistoetsenbank blijft onveranderd: ontwikkelingesgericht toetsen.”

Ben je ook bezig met de kennisflitsen?
“Uiteraard, want bij elke toetsvraag krijgt de student een kennisflits. Die combinatie van toetsvraag en kennisflits maakt het tot een perfect leermiddel. Voor de kennisflits geldt dat de bron moet kloppen. Die vormt de basis en maakt het ontwikkelingsgericht toetsen onafhankelijk van de lesmethode.
Ik kijk nu hoe je de toetsvragen zo kunt labelen dat je als docent nog makkelijker de juiste toetsvragen vindt bij jouw lessen. De vraag die me bezighoudt is: hoe label je de 6000 items in ons systeem? Nu zijn de de toetsen die gebruikt worden als voorbereiding op examens gelabeld op kennis, inzicht of op toepassing. Of dat beter kan, ben ik nu aan het uitvinden.”

Hoe valideer je de toetsvragen?
“Aan het maken van toetsvragen besteedt iedere toetsontwikkelaar vier uren per week. Dat proces begint met het maken van een concept-toetsvraag. Die wordt kritisch tegen het licht gehouden door een collega-toetsontwikkelaar. Als zij het eens zijn gaat-ie naar de redactie. Vervolgens komt er feedback van collega’s uit heel Nederland en ook die verwerken we. Bovendien komen alle toetsontwikkelaars ook nog eens zes keer per jaar bij elkaar om toetsvragen te bespreken waar twijfels over zijn. Uiteindelijk doorlopen we een proces van zes stappen voor de validering.”

Wat maakt jouw werk leuk?
“Eh, eigenlijk alles, inclusief de implementatiebijeenkomsten, waar ik soms weerstanden mag proberen weg te nemen. Daarnaast werk ik als trainer voor beoordelaars en een dag per week aan de examens van Prove2Move. Bovendien doe ik in het kader van mijn Masterstudie een onderzoek naar de professionalisering van docenten en hoe je dat integreert in professionele leergemeenschappen.”

En wat maakt het weleens lastig?
“Dat ik naast mijn andere werk maar een dag per week aan deKennistoetsenbank kan besteden.”

Terug naar overzicht