7 vragen en antwoorden over de Training voor beoordelaars nieuwe stijl

1. Hoe ziet de training er nu uit?

In de online leeromgeving hebben we alles opgenomen wat individueel geleerd en geoefend kan worden. De uitwisseling van ervaringen, feedback ophalen en samen oefenen doen we in het tweede deel: de groepstraining.

2. Wat is er nog meer veranderd?

Voorheen vroegen we van de deelnemers een zekere ervaring als beoordelaar. Dat hebben we losgelaten. We krijgen nu dus deelnemers met veel en met weinig ervaring als beoordelaar. Daarom besteden we stapsgewijs meer aandacht aan de opbouw van onze examens in het online deel. Dat maakt dat de ervaren deelnemers er snel doorheen kunnen klikken en de onervaren deelnemers er rustig kennis van kunnen nemen.

In het schooljaar 2017-2018 vonden er
93 trainingen plaats waar meer dan
1300 mensen aan deelnamen.

Voor het schooljaar 2018-2019 zijn er nu al
115 trainingen gepland en de stapel aanvragen groeit.

Sinds de start in september 2018 hebben
630 mensen het online deel van de training doorlopen.

3. Wat maakte dat jullie besloten de training aan te passen?

Daar zijn een paar goede redenen voor. Dankzij de online aanpak hoeven de instellingen hun mensen niet langer twee dagdelen vrij te plannen voor de groepstraining. Bovendien zagen we dat minder dan 30% van de deelnemers zich liet certificeren als beoordelaar. Dat kan beter, vonden wij. Dus sluiten we de training niet meer af met een individuele opdracht voor de certificering, maar met een modereersessie. Deelnemers die het online deel hebben doorlopen, die bij de groepstraining zijn geweest en die actief aan de modereersessie hebben deelgenomen krijgen een certificaat dat vijf jaar geldig is. Bovendien worden zij er jaarlijks aan herinnerd dat ze kunnen deelnemen aan een modereersessie om hun kennis op te frissen.

4. Wat moet ik me voorstellen bij een modereersessie?

In een modereersessie bespreken we een examenopdracht van Prove2Move. Daarbij komen alle aspecten uit de voorgaande training aan de orde. De deelnemers stemmen hun interpretaties van de beoordelingscriteria met elkaar af. En ze denken samen na over de verwachtingen van de student. Ze zoeken antwoord op de vraag: wanneer is een geleverde prestatie goed genoeg voor een score 2? Bij het vinden van het antwoord brengen ze hun opgedane kennis over het beoordelen in stelling. Daarnaast besteden we aandacht aan de valkuilen die de beoordelaar moet zien te vermijden.

5. Hoe reageren de deelnemers op het blended leren?

Wij hebben de indruk dat de mensen in het werkveld blended leren wel prettig vinden, mede omdat ze deze voorbereidende fase zelf kunnen plannen. Deze indruk wordt versterkt doordat we in het systeem zien dat de deelnemers de online leeromgeving intensief gebruiken. Zo ontstaat er een gelijkwaardige instapsituatie voor de groepstraining.

6. Hoe checken jullie de bruikbaarheid van deze nieuwe aanpak?

Los van het feit dat de trainers de training evalueren met de deelnemers denken wij na over een manier om de training als geheel op bruikbaarheid te testen. Dat doen we in een pilot met het ROC van Amsterdam. Alle verzamelde gegevens gebruiken we om helder te krijgen wat er nog verbeterd kan worden. Dan hebben we het niet zozeer over de inhoud van de training. We kijken vooral naar de organisatie. Kost het niet teveel tijd? Kunnen we bepaalde opdrachten ‘niet verplicht’ maken? Moeten er nog opdrachten uit? Hoe maken we de online leeromgeving zo effectief en voor de deelnemer zo prettig mogelijk?

7. Kunnen alle afnemers van de Prove2Move-examens de training volgen?

De zorg- en welzijnsinstellingen waar de studenten van het Deltion College, Landstede en ROC van Twente stage lopen, kunnen gratis deelnemen. Maar alle onderwijsinstellingen die examens inkopen bij Prove2Move willen natuurlijk ook de kwaliteit van de beoordeling bewaken. Daarom bieden wij hun een train-de-trainertraining, zodat zij zelf de beoordelaars uit het werkveld kunnen opleiden.

 

Terug naar overzicht